Jean Rollin: vervreemding in de wijngaarden

"The sedge is wither'd from the lake, And no birds sing."

John Keats uit La Belle Dame sans Merci

Een zonnige, herfstige dag op de wijngaard, een bekend tafereel: verschillende tinten bruin, kale ranken en bladeren op de grond, en toch krijgt het landschap iets vreemds door de aanwezigheid van een groep mannen die zich zwijgend tussen de ranken voortbewegen. Ze dragen stoffen mondmaskers en op hun rug hangt een rechthoekige tank waaruit zij een middel over de wijnstokken verstuiven. Hun ademhaling klinkt zwaar, moeizaam en luid, alsof ze astronauten zijn die op een onbekende, niet bewoonbare planeet geland zijn. Enige meters achter hen nadert langzaam een tractor, waarvan het monotone, mechanische geronk hoorbaar is en de bestuurder zich onwel lijkt te voelen. De droge ademhaling overstijgt de geluidsband en de natuur is muisstil, zelf in de verte is geen vogel te horen. Het bekende tafereel wordt een eerie landschap.

Essay image 1

Screenshot uit Les Raisins de la Mort (1978), regie Jean Rollin.

Zo start de mysterieuze, onheilspellende openingssequentie van Jean Rollin’s film Les Raisins de la Mort uit 1978. Het middel dat op de wijngaard wordt gesproeid zou een nieuw synthetische pesticide zijn, een stof die de druivenranken zou moeten beschermen, maar er uiteindelijk voor zorgt dat de mensen die de wijn drinken in zombie-achtige wezens veranderen. Om die reden wordt de film vaak beschouwd als een vroeg voorbeeld van wat men later eco-horror is gaan noemen: een genre waarin de gevolgen van menselijk ingrijpen in de natuurlijke omgeving, en in het bijzonder van chemische of technologische manipulatie, zich op een verontrustende en vaak oncontroleerbare manier tegen de mens zelf keren.

Hoewel de film bijna vijftig jaar oud is, voelt hij vandaag opvallend actueel aan. De afgelopen decennia is er heel wat onderzoek gevoerd naar de schadelijke effecten van pesticiden op zowel ecosystemen als de menselijke gezondheid. Studies suggereren dat langdurige blootstelling aan pesticiden het risico op Parkinson en bepaalde kankers aanzienlijk kan verhogen. In Frankrijk wordt Parkinson onder wijnbouwers inmiddels erkend als een beroepsziekte. Ook is het ondertussen geweten dat pesticiden in kleine hoeveelheden in de wijn zelf terechtkomen. Vanuit dit perspectief lijkt de synopsis van de film: het idee dat een dorp langzaam lichamelijk en neurologisch wordt aangetast door een synthetische pesticide, plots minder absurd dan het op het eerste gezicht lijkt.

Ik kan me niet inbeelden hoe het moet geweest zijn voor het publiek om in die tijd de film te zien, want de jaren zestig en zeventig waren tegelijk ook de hoogtijdagen van wat men de chemische revolutie in de wijnbouw noemt. Voor vele wijnboeren werden synthetische bestrijdingsmiddelen toen met open armen ontvangen, omdat de Vitis vinifera al eeuwen bekend stond om haar grote gevoeligheid voor ziekten, schimmels en plagen. Schimmelziekten zoals echte meeldauw, valse meeldauw en black rot kon op elke vochtige momenten toeslaan, insectenplagen zoals wijnstokmotten en andere vraatinsecten lagen op de loer en er was ook nog de terugkerende concurrentie van onkruid in de buurt van de ranken dat water en voedingsstoffen opneemt. Door deze middelen te gebruiken konden de wijnmakers met een gerust hart gaan slapen, hadden ze grotere opbrengsten, minder verlies en werd de arbeidslast verlaagd. Synthetische bestrijdingsmiddelen werden dus onthaald als een teken van moderniteit: van efficiëntie en vooruitgang.

Toch was er al heel snel een grote bezorgdheid over die drastische veranderingen in de agricultuur. Toen Rachel Carson in 1962 Silent Spring publiceerde, ontstond er voor het eerst een krachtig tegenwicht tegenover dat geloof en begonnen de milieu debatten zich aan te dringen. In haar boek bracht Carson de ecologische en toxicologische gevolgen van het pesticidengebruik op het ecosysteem en de mens aan het licht. Ze haalt vaak de stilte op het land aan als gevolg van het gebruik van pesticiden. In het hoofdstuk “And No Birds Sing” beschrijft ze hoe in grote delen van de Verenigde Staten de lente niet langer wordt aangekondigd door vogelzang, maar integendeel gepaard gaat met een onheilspellende leegte: “Over increasingly large areas of the United States, spring now comes unheralded by the return of the birds, and the early mornings are strangely silent where once they were filled with the beauty of bird song.”

60 jaar later tonen studies aan dat vogels rond de wijngaarden geregeld worden blootgesteld aan pesticiden en fungiciden die zich in hun lichaam kunnen ophopen en vergiftigen. Vandaar dat wanneer je door de meeste wijngaarden wandelt, je soms eens een eenzame buizerd op een paal ziet vooruit staren, maar voor de rest de wijngaarden in een afwezigheid van leven verkeerd.

Of dit nu een bewuste keuze van Rollin was of niet, in Les Raisins de la Mort is er een opvallende afwezigheid van vogelgeluiden op de geluidsband. Slechts in één scène, wanneer de personages zich in een bosachtige omgeving bevinden, verder verwijderd van de wijngaarden en elke vorm van landbouw, klinkt er vogelzang. In de overige scènes blijft het landschap merkwaardig stil. Dit kan te maken hebben met de spaarzame geluidsband die kenmerkend is voor veel films uit die periode, waarin de nadruk eerder lag op enkele basiselementen dan op de gelaagde omgevingsgeluiden die in hedendaagse cinema vaak worden gebruikt om een naturalistische sfeer te creëren. Het draagt alleszins ook bij aan een bevreemdende, bijna droomachtige sfeer in de wijdse, desolate, rotsachtige landschappen waarin de personages rondzwerven, langs ruïnes, kerkhoven en verlaten dorpen. Een sfeer die ergens tussen het romantische en het surreële ligt, een grensgebied dat Rollin in zijn films steeds opnieuw lijkt op te zoeken.

Aan de andere kant herinner ik me een lentedag in de Beaujolais waarop ik in een wijngaard aan het filmen was, waar de vogels hun lentelied zongen en insecten krioelden en zoemden, alsof er iets magisch over het landschap heerste. Juist omdat we gewend zijn geraakt aan de doodse sfeer rond de wijngaarden, voelt het levendige natuurleven bijna vreemd aan. De wijngaard zelf zag er ook anders uit dan de vele andere, een beetje sprookjesachtig, met bomen, struiken en wilde bloemen, tussen de ranken die samen een rijk ecosysteem vormden. Het is een andere manier van wijnmaken, die nu meer en meer begint toegepast te worden: regeneratieve wijnbouw, waarbij de biodiversiteit die gepromoot wordt, helpt om niet alleen de natuur in evenwicht te houden, want vogels en insecten houden plagen onder controle, maar bij te dragen aan gezonde bodems, vol met regenwormen en micro-organismen. Gezonde bodems zorgen op hun beurt voor gezonde druiven, de eerste stap naar kwalitatieve wijn, zonder zombie-achtige neveneffecten.

Essay image 2